|
|
|
|
 |
|
|
Sint-Catharina
Valkenswaard
|
Sint-Martinus
v/h Heilig Sacrament Dommelen
|
Sint-Nicolaas
Valkenswaard
|
Sint-Petrusbanden
Schaft
|
Sint-Sebastiaan
Borkel
|
De vijf gilden van Valkenswaard c.a.
De gilden; een stukje historie
De gilden zijn "verenigingen" die van oudsher het
bewaren en doorgeven van het culturele erfgoed hoog in het vaandel
voeren. Vroeger bestonden er verschillende soorten gilden. Zo
kennen we de ambachtsgilden, de Cloveniersgilden, kerkelijke
gilden en de schuttersgilden. Met name de schuttersgilden hadden
de taak het dorp en haar gemeenschap te beschermen tegen allerlei
kwalijke invloeden van buitenaf, zoals rondtrekkende roversbenden,
het begraven van slachtoffers van besmettelijke ziekten en het
blussen van branden. De naam "schuttersgilde" komt
dan ook niet voort uit het feit dat één van de bezigheden van
een gilde het schieten betreft, maar is afgeleid van het woord
"beschutten" of "beschermen". Om zichzelf
te beschermen kozen de gilden een patroonheilige met wie zij
zich verbonden voelden en tot wie zij in tijden van nood baden
om aldus zijn of haar hulp in te roepen. Zie hier de verklaring
voor de namen van de gilden.
Van vroeger uit hebben de schuttersgilden een nauwe band met
de kerkelijke en wereldlijke overheid. Zij waren zij betrokken
bij alles wat met kerk en samenleving te maken had. Als we kijken
hoe dat nu, zij het in mindere mate, nog altijd gebeurt, dan
proberen de gilden ook op dit vlak de tradities in ere te houden.
Dit alles komt mede tot uiting in één van de doelstellingen
van de huidige schuttersgilden, namelijk het bewaren en het
uitdragen van eeuwenoude tradities en de tegenwoordige mens
bewust te laten zijn van hetgeen ooit is geweest. De gilden
doen dit onder meer door wedstrijden te organiseren in disciplines
zoals bijvoorbeeld het schieten, het trommen en het vendelen.
Net als de gildebroeders van weleer zich moesten oefenen in
deze disciplines, om uiteindelijk hun taken goed te kunnen uitvoeren,
gebeurt dat heden ten dage dus nog steeds, op een zo traditioneel
mogelijke manier. Een ander belangrijk aandeel in het tot stand
brengen van de doelstelling vormt het archiveren en conserveren
van oude, maar ook hedendaagse documenten en gebruiksartikelen
van de gilden. Kortom, zorgen dat er zoveel mogelijk bewaard
blijft van wat de gilden eigen is.
Het Intergildekoningschieten; wat houdt het in?
Het Intergildekoningschieten is een jaarlijks terugkerend evenement
waarbij de koningen van de vijf gilden van Groot Valkenswaard
strijden om het koningschap van onze gemeente.
Met Groot Valkenswaard wordt bedoeld, Valkenswaard tezamen
met de dorpen Borkel, Dommelen en Schaft. De vijf deelnemende
gilden zijn het Sint-Catharinagilde en het Sint-Nicolaasgilde,
beiden uit Valkenswaard, het Sint-Martinusgilde van het Heilig
Sacrament uit Dommelen, het Sint-Sebastiaangilde uit Borkel
en het Sint-Petrusbandengilde uit Schaft.
De inzet van het Intergildekoningschieten is, zoals gezegd,
het koningschap van Groot Valkenswaard. De winnende koning mag
gedurende een jaar het, door de gemeente geschonken, zilveren
koningschild dragen.
De geschiedenis
Het Intergildekoningschieten werd voor het eerst gehouden
op 21 mei 1995.
Op die dag presenteerde het Borkelse Sint-Sebastiaangilde haar
nieuwe gildekostuums voor het eerst aan de plaatselijke bevolking.
Om het geheel een beetje cachet te geven had men de koppen bij
elkaar gestoken om iets ludieks te organiseren. De uitkomst van
deze denktank was het Intergildekoningschieten. Aan het gemeentebestuur
werd gevraagd of zij een zilveren koningschild wilde schenken
waarin zij met graagte heeft toegestemd. Sindsdien is het Intergildekoningschieten
jaarlijks gehouden, steeds op het schietterrein van de regerend
koning. Ook was steeds de organisatie in handen van het gilde
van de regerend koning.
Het heden
Om het evenement meer bekendheid te geven bij dat deel van
de bevolking dat niet tot de gilden behoort, is in 2003, toen
de gilden de vriendschapsbanden nauwer hebben aangetrokken en
het plan hebben opgepakt meer evenementen samen te gaan organiseren,
het idee geboren om het Intergildekoningschieten voortaan in
één van de dorpskernen van de gemeente te houden. Gekozen werd
om het evenement in de dorpskern van de regerend koning te houden.
In 2007 werd het Intergildekoningschieten dus voor de vijfde
keer in een van de dorpskernen van de gemeente en voor de
dertiende
keer in de geschiedenis gehouden.
Omdat Peter de Laat van het Sint-Catharinagilde in 2007 met
de eer ging strijken en koning van Groot Valkenswaard werd, vond het Intergildekoningschieten
ook in 2008 plaats
in het Willem II park in Valkenswaard. Op 15
juni 2008 werden in het park wederom schietbakken
geplaatst waarop de houten vogel zijn plek weer innam. Nadat
de vijf koningen om de beurt hadden geschoten, viel bij het 76e
schot de beslissing: Peter de Laat werd opnieuw Intergildekoning.
Op zondag 28 juni 2009 was het ditmaal Ad van Mierlo die met een
goed gericht schot de vogel naar beneden haalde en
Intergildekoning werd. Omdat er toch de voorkeur aan wordt
gegeven om de plaats van het evenement te laten rouleren, is in
2010 het St. Martinusplein in Dommelen het decor van het Intergildekoningschieten.
Interessant detail is dat er geschoten wordt met zogenaamd
zwaar 18 mm kaliber. Dit maakt het schieten voor zowel de schutters
maar ook voor het publiek een stuk aantrekkelijker en spectaculairder
dan het schieten met het klein kalibergeweer.
Programma
Het Intergildekoningschieten verloopt als volgt:
Normaliter wordt rond de klok van 12.00 uur begonnen met een optocht van de vijf gilden
door de straten grenzend aan de plaats van het evenement. Hierna vindt
de zogenaamde Massale Opmars plaats, wordt de Eed van Trouw aan
het kerkelijk en burgerlijk gezag hernieuwd en een vendelhulde gegeven.
Als dit achter de rug is, zal de burgemeester de regerend koning
het herinneringschild uitreiken en het evenement officieel openen.
En dan is de tijd aangebroken om de eerste schoten te gaan lossen.
Dit gebeurt door de burgemeester, de wethouders en enkele genodigden,
waarna de eigenlijke wedstrijd kan beginnen.
Naast de wedstrijd voor de koningen is er een aantal open
schiet-wedstrijden, waaraan iedereen kan deelnemen (mits ouder
dan 16 jaar). Niet alleen gildebroeders en -zusters, maar ook
mensen uit het publiek zijn dus vrij om aan de wedstrijden mee
te doen. Bij alle wedstrijden zijn prachtige prijzen te winnen.
De aanwezige gildebroeders en -zusters zijn
zoals gewoonlijk graag bereid de bezoekers informatie te geven
over wat de gilden, naast het schieten met geweer en kruisboog,
verder nog doen.
naar
boven
Oorkondenboek
Vanaf nu is de database van het
Oorkondenboek Noord-Brabant (694-1312) via de website
van het Instituut voor Nederlandse Geschiedenis, www.inghist.nl
te raadplegen. Het Oorkondenboek Noord-Brabant bevat gegevens
over 2.284 oorkonden uit de periode vóór 1312 die betrekking
hebben op het grondgebied van de huidige provincie Noord-Brabant.
Per oorkonde bevat de database een korte samenvatting van de
inhoud en gegevens over de uiterlijke vorm, de vindplaats(en)
en de achtergrond van de stukken, zonodig vergezeld van informatie
over ontstaan, samenhang, echtheid en overlevering. Ook is er
een aparte literatuurlijst bij opgenomen. De dossiers van de
oorkonden bestemd voor de delen III en IV liggen bij het Brabants
Historisch Informatie Centrum. Via website
www.bhic.nl (info, links)
is de database ook raadpleegbaar.
Eerder zijn in boekvorm verschenen:
deel 1 (in 1979, in twee banden): De Meierij van 's-Hertogenbosch
(met de heerlijkheid Gemert), met 887 oorkonden en deel II (in
2000, eveneens in twee banden): De Heerlijkheden Breda en Bergen
op Zoom, met 668 oorkonden.
Met de publicatie van deel II is de boekvorm afgesloten. De
gegevens die zijn verzameld voor de delen III-IV (Noord-West
en Noord-Oost Brabant) en de kerngegevens van de delen I en
II zijn nu dus raadpleegbaar via deze nieuwe database.
Database Oorkondenboek Noord-Brabant
Het Oorkondenboek Noord-Brabant is opgezet voor het grondgebied
van de provincie Noord-Brabant, zoals de grenzen rond 1960 waren.
Het bevat dus veel meer dan alleen de oorkonden uit het noordelijke
gedeelte van het middeleeuwse hertogdom Brabant. Ook gegevens
van de oorkonden over plaatsen en personen uit de in de loop
van de dertiende en veertiende eeuw Hollands geworden gebieden
Land van Heusden, Land van Altena en Berne zijn verzameld.
Dit geldt tevens voor de in het noord-oosten van Noord-Brabant
gelegen gebieden, die niet Brabants waren: Megen, Ravenstein,
Cuijk, Boxmeer en Sambeek. Deze verzameling van gegevens is
overigens niet meer dan een werkbestand.
In één database zijn nu te vinden:
* de samenvatting van de oorkonden uit de in boekvorm gepubliceerde
delen I (887 oorkonden betreffende het kwartier van de Meierij
van 's-Hertogenbosch, met Gemert) en II (668 oorkonden betreffende
de heerlijkheden Breda en Bergen op Zoom);
* de samenvatting van een aantal oorkonden uit de oorspronkelijk
geplande delen III (Heusden, Altena, Berne) en IV (Megen, Ravenstein,
Cuijk, Boxmeer en Sambeek);
* de samenvatting van de oorkonden verzameld voor een supplement
op deel I;
* de brongegevens van de oorkonden van de delen III en IV en
van het supplement (de brongegevens van de delen I en II zijn
in de
gepubliceerde boeken te vinden)
Aan de gegevens van de 1555 oorkonden van de boekdelen I en
II zijn hiermee nog de gegevens van 729 oorkonden toegevoegd.
Hoe komt u er?
U gaat naar de website van het Instituut voor Nederlandse Geschiedenis
(www.inghist.nl),
vervolgens klikt u op Onderzoek, dan klikt u bij de periode
op Middeleeuwen, en vervolgens op Oorkonden van Noord-Brabant
694-1312.
naar
boven
Uit het Eindhovens Dagblad
van woensdag 22 augustus 2007, pag. 36
‘Brabant’ van Meeuwis is goede keuze
Het Brabants volkslied is er al: ‘Brabant’
van Guus Meeuwis.
Door Arnoud-Jan Bijsterveld
Al jarenlang laait de discussie steeds weer op: kan
Noord-Brabant, waar onder de bevolking een weliswaar onbeschrijflijk
maar toch duidelijk Brabants gevoel leeft, nou niet een lied kiezen
dat we als provinciaal volkslied kunnen gebruiken bij blije,
plechtige en droeve gebeurtenissen? Het is geprobeerd met
volksraadplegingen, er is een provinciale commissie op gezet, de
Commissaris van de Koningin ging zelf aan de slag: het hielp
allemaal niets.
Laten we vooraf één ding vaststellen: een volkslied is niet een
door het volk bij meerderheid van stemmen gekozen liedje. Een
volkslied is niet het winnende liedje van een songfestival. Een
volkslied is een door de overheid aangewezen lied waarvan vervolgens
maar gehoopt moet worden dat ook de bevolking het mee gaat dragen.
Zo is het gegaan bij het Wilhelmus (van regeringswege gekozen in
1932) en ook met de Nederlandse vlag (Koninklijk Besluit van 1937)
en met het wapen en de vlag van de Provincie Noord-Brabant
(respectievelijk ingevoerd in 1920 en in 1959 ingesteld).
Dus: de Provincie (dat wil zeggen Provinciale Staten, al dan niet
op voorstel van Gedeputeerde Staten) zou een provincielied kunnen
vaststellen in de hoop dat dit draagvlak verwerft onder de
bevolking. Dat was ook het voorstel van de commissie van een paar
jaar terug, met dien verstande dat toen werd voorgesteld een melodie
te laten componeren en die via de provinciale media bekendheid te
geven als de herkenningsmelodie van de Provincie.
Succesvolle bard kreeg in zijn eentje klaar waar politici niet
uitkwamen
De melodie zou vervolgens door tekstdichters in de provincie van
teksten voorzien kunnen worden, zodat er verschillende versies
zouden ontstaan en verschillende – naar plaats en gelegenheid
wisselende – toe-eigeningen. Een soort groeilied dus, met de
boodschap dat het ‘van iedereen’ zou moeten worden. We zagen en
hoorden het al voor ons: een Frans Bauer-versie, een Gerard van
Maasakkers-versie, een Brabants Orkest-versie, een Bredaas couplet,
een Cuijkse variant …
Maar ondertussen was er die succesvolle bard uit het Tilburgse
die in zijn eentje klaar kreeg waar politici en commissies maar niet
uitkwamen: hij kwam in 2003 met een pakkende melodie met een
toegankelijke tekst die alom door mensen werd omarmd. Een tekst die
dicht bij het ‘eigen gevoel’ blijft en dus beter past in de huidige
tijd dan groene gouwen of wijde luchten.
Emotie? Jazeker, maar niet die van eigen roem of grootse daden,
maar van mensen die van elkaar houden en iets met elkaar delen. Een
prachtige, ontroerende clip op Omroep Brabant en het daverende
succes van Guus Meeuwis deden de rest.
Waar de commissie een dure en langdurige publiciteitscampagne
voor zich zag, ging het ineens vanzelf: ‘Brabant’ werd een lied van
zeer velen. Toe-eigening is er ook genoeg: door PSV, door de stad
’s-Hertogenbosch op Koninginnedag, als speels gearrangeerde
achtergrondmuziek in de uitzendingen over ‘Brabant 900’ op Omroep
Brabant TV.
We hébben dus een volkslied, in oost en west omarmd en
toegeëigend. Nu nog even officieel vaststellen dat dit het is. Dat
moet de Provincie doen. Arrangeurs en tekstdichters (Guus zelf
wellicht?) kunnen er vervolgens voor zorgen dat we een lied hebben
waarmee we de komende tijd bij rouw en trouw vooruit kunnen. Her en
der kan de tekst wellicht nog wat beter en scherper; zo mag er
behalve ‘de Peel en de Kempen en de Meierij’ misschien ook wel een
verwijzing naar de andere regio’s in. Dan hebben we eindelijk een
volkslied: tot onze inzichten veranderen, want dat kan natuurlijk
altijd. Niet voor niets werd in 1932 het oude Nederlandse volkslied
‘Wien Neêrlands bloed’ terzijde geschoven. Het ‘Brabantse gevoel’,
die wat onbestemde maar toch reële lotsverbondenheid van Brabanders
onderling, evolueert immers ook dagelijks.
Prof. dr. Arnoud-Jan Bijsterveld is hoogleraar Cultuur in Brabant
aan de Universiteit van Tilburg
naar
boven
Eindhovens Dagblad 30 augustus 2007
Politiek wil ‘Brabant’ niet als volkslied
College van GS verwijst besluit door naar Provinciale Staten
Den Bosch – ‘Brabant’ van Guus Meeuwis wordt, zoals
het er nu naar uitziet, niet het officiële volkslied van Brabant.
Het pleidooi daarvoor kwam van de gezamenlijke Brabantse dagbladen
en omroepen.
De media hebben daarover recent een brief gestuurd aan de Commissaris
van de Koningin, mevrouw Hanja Maij-Weggen als voorzitter van
Gedeputeerde Staten. Juist omdat Maij-Weggen al bij haar benoeming
riep dat er een volkslied moest komen.
Maar het dagelijkse bestuur van de provincie heeft de kwestie
gisteren doorverwezen naar Provinciale Staten. En de twee grootste
partijen in de volksafvaardiging, CDA en SP, hebben al gezegd
dat zij zich niet hard gaan maken voor het initiatief.
Volgens fractievoorzitter Wim Thuis van het CDA is het ‘een
heel mooi lied, maar geen volkslied’. De SP is het daarmee eens
en de twee partijen hebben samen een meerderheid in Provinciale
Staten.
naar
boven
Opnieuw bijzondere aanwinst voor Museum voor Religieuze Kunst
Uden
‘Meesterwerk’
voor Museum voor Religieuze Kunst
Dankzij
financiële steun van diverse fondsen heeft het Museum voor
Religieuze Kunst in Uden recent een zeer bijzonder werk
kunnen verwerven: een prachtig gesneden, 36 cm hoog ivoren
beeld van Maria op de maansikkel en de wereldbol. Dit
type voorstelling wordt een Maria Immaculata,
Maria Onbevlekt Ontvangen, genoemd. Maria vertrapt
als een tweede Eva het kwaad onder haar voeten in de
vorm van de slang. Op kleine details na is het beeld
uitzonderlijk gaaf. De fraaie uitwerking van het uitwaaierende
gewaad, de rond de maansikkel kronkelende slang met de appel
in zijn bek en de zwevende engelenkopjes op de wolken getuigen
van grote vaardigheid van de meester, waarvan met reden
kan worden aangenomen dat het Mattheus van Beveren (Antwerpen
1630-Brussel 1690) is.
Aan Van Beveren wordt een
soortgelijk ivoren beeld toegeschreven, dat deel uitmaakt
van de collectie van het Rijksmuseum in Amsterdam. De ivoren
Maria van het Rijksmuseum is iets hoger, de uitvoering net
iets afwijkend. De Amsterdamse Maria maakt een ingetogen,
classicistische indruk terwijl de Udense Maria een
schoolvoorbeeld is van de elegante barok uit Antwerpen. In
Antwerpen was later, in de 18e eeuw ook Walter
Pompe actief. Het werk van Van Beveren was voor de in het
Brabantse Lith geboren Pompe een inspiratiebron. Door de
aankoop van de Maria Immaculata van Van Beveren komt het
werk van Walter Pompe in het museum in een bredere
historische en artistieke context te staan.
Het ivoor kon worden
aangekocht dankzij de genereuze, financiële steun van de
Vereniging Rembrandt, de Mondriaanstichting, de Provincie
Noord-Brabant en de Stichting Vrienden van het Museum voor
Religieuze Kunst. Bij de aankoop is intensief samengewerkt
met de collega’s van het Rijksmuseum te Amsterdam.
naar
boven
Geschiedschrijver en aanjager van Brabantse historische
projecten
De terriër van de
Brabantse geschiedenis liet zich niet zomaar van de wijs
brengen. Een aanjager van historische projecten en behoud
van erfgoed, dat was Harry van den Eerenbeemt bovenal.
"Het leven moet naar
voren worden geleefd en naar achteren worden verstaan."
Woorden die de Tilburgse historicus Harry van den Eerenbeemt
twaalf jaar geleden sprak toen onder zijn regie wéér een
bijdrage aan de Brabantse geschiedschrijving was verschenen.
Van den Eerenbeemt, die
wegens gezondheidsproblemen al jaren uit het publieke leven
was verdwenen, werd op 11 juli 2008 begraven. Hij is 78 jaar
geworden.
De geboren Roosendaaler
was eerst en vooral aanjager. Een project als het Zuidelijk
Historisch Contact, een reeks die al meer dan honderd delen
telt, mag grotendeels op zijn conto worden geschreven. Dat
geldt ook voor de driedelige geschiedenis van 200 jaren
Brabant.
"Zijn grote kracht was
zijn organiserend vermogen", typeert de Hulselse historicus
Cor van der Heijden, een van de vele promovendi van Van den
Eerenbeemt. "Hij was als een terriër, die zich moeilijk op
andere gedachten liet brengen. Op zijn lineair
maatschappijconcept, gevangen in simpele schema’s, heeft hij
onder historici veel kritiek gekregen. Hij stond er ook om
bekend vooral gelijkgestemden om zich heen te verzamelen."
Als jong hoogleraar koos Van den Eerenbeemt in 1969 de zijde
van opstandige studenten, toen die de Tilburgse hogeschool
uitriepen tot Karl Marx Universiteit. "Het was hoog tijd
voor modernisering van het bestuur", keek hij later op die
roerige periode terug. "De studenten wisten heel goed wat ze
wilden en waarom." Een links imago hield hij aan die
sympathiebetuiging niet over. In Tilburg baarde Van den Eerenbeemt juist opzien met succesvolle acties die aan het
rijke, Roomse gevoel appelleerden. Hij spande zich
bijvoorbeeld met veel energie in voor de Hasseltse Kapel en
behoud van de heiligenbeelden langs het kerkhof bij de
Bredaseweg. ‘Heiligen gaan niet naar de hel’ was het motto
van die laatste actie.
Van den Eerenbeemt riep
Tilburg en Brabant op tot zelfbewustzijn. "Het mirakel van
Tilburg bestond niet slechts uit economische verandering,
maar ook uit de mentale behoefte op velerlei terrein een
nieuwe uitdaging aan te gaan." En: "Dit Brabant is in feite
veel opwindender dan de poppenkraam die er veelal van
gemaakt is." En: Brabant is niet achterlijk, maar hooguit
anders."
(ontleend aan het Eindhovens Dagblad van 11
juli 2008)
naar boven
Aankoop
De orgelspelende monnik
van Johannes Bosboom, 1871
Het Museum voor
Religieuze Kunst te Uden heeft recent een zeer interessant
werk van Johannes Bosboom kunnen verwerven. Het schilderij,
afkomstig uit de kunsthandel, toont een orgelspelende en een
zingende monnik uit 1871. Dit motief heeft Bosboom opgedaan
tijdens zijn reis door het oosten van Noord-Brabant, toen
hij ondermeer het karmelietenklooster te Boxmeer en het
franciscanenconvent te Megen bezocht. Het werk is behalve
vanwege zijn motief ook interessant als aanvulling op de
collectie. In het museum is immers al geruime tijd het
pendant van de aanwinst aanwezig: een kapel met zingende
nonnen. Beide werken zijn nu weer herenigd en worden getoond
in een passend kloostermilieu.
Toelichting
Het motief van de
orgelspelende monnik vond Bosboom omstreeks 1850 toen hij
verbleef in noordoost Noord-Brabant, de regio met de oudste
monumentale kloosters van ons land. Het authentieke karakter
van de architectuur en het monastieke leven inspireerde de
schilder, vooral bekend om zijn kerkinterieurs. Binnen de
muren van de kloosters schilderde en aquarelleerde hij
kloosterkeukens, pandgangen en trappenhuizen.
Voor Bosboom was het
oproepen van licht, van sfeer, belangrijker dan het streven
naar een exacte weergave van het onderwerp. Dit komt naar
voren in de uitwerking van het motief van ‘de orgelspelende
monnik’. De laatste versie uit 1881 is impressionistisch,
terwijl de eerste versie uit 1850 tot de romantische school
gerekend wordt. Een variant uit 1871, de recente aanwinst,
kan beschouwd worden als een sleutelwerk. In dit schilderij
onderzoekt Bosboom het spel tussen licht en donker. Deze
queeste kostte hem de nodige hoofdbrekends, Bosboom begon er
in 1867 aan, maar slaagde er niet in om het werk voor 1871
voltooid te krijgen. Toen zijn vrouw, de bekende schrijfster
Geertruida Bosboom-Toussaint, bemerkte dat de schilder wéér
met het thema worstelde en in een depressie belandde,
schreef zij in een brief aan Potgieter: Ik houd voor zeker,
dat hij beter zal zijn als die lelijke nonnen en monniken
maar weer uit ons huis zijn".
|
 |
 |
|
De
orgelspelende monnik |
Twee zingende nonnen |
Voor het museum is de
verwerving van dit werk niet alleen van belang vanwege de
topografische iconografie: een orgelspelende monnik uit het
klooster van Boxmeer, met elementen van het klooster van
Megen. Van even groot belang is de aanvulling die de komst
van dit schilderij betekent op een reeds eerder door het
museum verworven paneel van de schilder, voorstellende twee
zingende nonnen (MRK 0068). Het recent verworven schilderij
(MRK 4452) is één van de twee nu bekende pedanten,
tegenhangers van het paneel met de twee zingende nonnen.
Alle drie hebben zij dezelfde maatvoering. Door de aankoop
van dit schilderij kunnen monniken en nonnen weer als een
soort tweeluik naast elkaar geëxposeerd worden en kan de
werkwijze, de ontwikkeling van de kunstenaar meer
inzichtelijk gemaakt worden. Vervloekte mevrouw
Bosboom-Toussaint in 1871 deze werken, en hield zij hen
verantwoordelijk voor de neerslachtigheid van haar man, voor
het museum betekenen zij, het verguisde onderwerp met
monniken en nonnen, een waardevol ensemble met een hoge
documentaire en iconologische waarde.
naar boven
Hoog bezoek
in Valkenswaard
Interview met Nol Willems – WO II
Op 5 februari 2009 ben ik, Mieke van
Moolenbroek, in gezelschap van Jan van den Nieuwenhuijzen, bij
de heer Nol Willems op bezoek. Hij wil zijn herinneringen
aan WO II vertellen. Het is die morgen koud en op het erf
liggen, hier te midden van de akkers, nog hele plukken
sneeuw. Binnen is het beter en de geur van verse koffie komt
ons al tegemoet. We worden zelfs verwend met cake, nog over
van mijn verjaardag, zegt Nol. Afgelopen zondag 1 februari
2009 is hij, zo blijkt, 75 jaar geworden. In de
oorlogsperiode woont hij als 11-jarige met zijn ouders net
voorbij de ‘Stenen brug’ in een boerderij aan de Luikerweg.
Hij is de derde zoon in het gezin. Zijn vader overlijdt als
Nol 16 jaar oud is. Al vroeg leerde hij wat werken is.
Zo dicht bij de Luikerweg wonen is tijdens
de oorlog niet veel gevaarlijker dan elders in Valkenswaard,
maar in de periode rondom de bevrijding verandert dat
begrijpelijkerwijs. Immers, aan beide zijden van deze weg zijn
begin september 1944 Duitse militie-eenheden
samengetrokken. Die wachten op nieuwe instructies. Later
zal de Luikerweg half september 1944 door de geallieerden
gebruikt worden als doorgangsweg, waarlangs de militairen
van ‘Operation Market Garden’ en al hun materieel Zuid Oost
Brabant binnentrekken.
Veiligheidshalve wordt door de geallieerde
troepen, die dan in Lommel-Kolonie, net over de grens in
België, hun voorlopige bivak hebben en eveneens op nieuwe
bevelen wachten, een verkenningstocht uitgevoerd. Tijdens
deze verkenningstocht op 11 september 1944 wordt het voor de
geallieerden al snel duidelijk dat er vijandelijke troepen
in het omliggende terrein liggen. Ze worden namelijk op de
terugweg net voor de grens heftig beschoten.
Van Duitse zijde heeft men best begrepen dat
de ‘Stenen brug’ over de Dommel straks essentieel is voor
een vlotte doorstroming van de oprukkende geallieerde
troepen, eerst richting Eindhoven en dan verder naar Arnhem,
zoals later blijkt. Er is hen dus veel aan gelegen om in elk
geval die doortocht te stagneren. Daarom nemen de Duitsers
het besluit de ‘Stenen brug’ te verstoren. Deze actie vindt
plaats in de periode tussen de verkenningstocht van de
geallieerden op zondag 11 september 1944 en de bevrijding
van Valkenswaard op 17 september 1944. De familie Willems
krijgt dwingend het consigne aangezegd dat de boerderij
ontruimd moet worden. Onderdak wordt, op last van de
Duitsers, gevonden bij Peer Das aan de Luikerweg bij de
Aardbrand, ongeveer tegenover de plaats waar nu de blokhut
van de Sint Maarten scouting in het bos ligt. Dat
oorspronkelijke huis staat er nu niet meer, een latere
eigenaar van dat pand heeft het afgebroken en nieuwbouw
gepleegd.
Tengevolge van de enorme explosie die de
brug over de Dommel compleet vernietigt, zijn alle
ruiten gesprongen en liggen er overal brokstukken. Niet
alleen op het erf van de boerderij van Willems, maar ook een
stuk verderop, zelfs helemaal tot bij Peer Das.
Operation Market Garden bestaat uit twee
delen: ‘Market’ is de naam van de troepenondersteuning
vanuit de lucht. Met ‘Garden’ worden de gevechtshandelingen
op de grond bedoeld. Vanwege het belang van de doortocht
hebben de geallieerden vanuit hun vliegtuigen de Luikerweg
in het vizier. Op de dag van de beschieting ligt
Valkenswaard behoorlijk onder vuur. Indrukwekkend laag komen
ze over, die vliegtuigen van waaruit met mitrailleurs wordt
geschoten.
Intussen is, na het opblazen van de brug,
onverhoopt de rechtstreekse doortocht voor de geallieerden
haast onmogelijk geworden. Enkele, waarschijnlijk de eerste
voertuigen en tanks gaan, zo lijkt het, onverstoorbaar dwars
door de Dommel naar de andere oever. Daarna verdwijnen ze
richting centrum Valkenswaard. Dat is natuurlijk niet de
beste manier want deze route kost tijd en daardoor stagneert
de doortocht van de militaire colonne behoorlijk. Als
oplossing wordt gekozen voor de onmiddellijke aanleg van een
Baileybrug, naast de kapotte oude brug. In ongeveer 14
dagen is door de Engelse Genietroepen het karwei geklaard.
De verdere afwikkeling van Operation Market Garden verloopt
daarna zoals gepland. Komend vanaf de grens wordt rechtdoor
gereden via de Luikerweg en over de nieuwe Baileybrug naar
Valkenswaard. Tot die tijd is er wel een alternatief
gevonden want langs de Groenstraat en daarna de Bergstraat
kan men, via Dommelen, het centrum van Valkenswaard te
bereiken.
De Groenstraat in Dommelen loopt in 1944
vanaf de Sint Martinuskerk met een bocht naar links daar
waar nu een woonwijk ligt, die na de oorlog is gebouwd. Het
laatste stuk van de toenmalige Groenstraat, richting
Luikerweg, is later omgedoopt tot Venbergseweg. Van asfalt
is in 1944 nog geen sprake en er staan dan ook geen bomen
langs de kant van de weg. Die zijn pas later geplant nadat
de ruilverkaveling hier in Zuid Oost Brabant uit de jaren
1960-76 is afgerond.
In Valkenswaard is in 1944 de ravage na de
beschieting erg groot en op de Luikerweg krijgt men ook het
nodige mee. De familie Willems vlucht weg naar de familie
Mikkers, waar ze ongeveer 14 dagen lang onderdak krijgen.
Tijdens de beschieting zitten beide families in de
schuilkelder. Dat is eigenlijk een zelf gegraven gat in de
grond, vanaf de weg niet te zien omdat deze kelder precies
achter een ‘berg’ in de tuin is gegraven. Natuurlijk gaat de
verzorging van de thuisgebleven beesten zo goed en zo kwaad
als het gaat gewoon door. Zodoende wordt ‘de Grijze
Belgische knol’, het paard van Willems, gekwetst terug
gevonden. Hij is geraakt en hij mist een been. De ‘Grijze’
wordt uit zijn lijden verlost door een genadeschot en met de
hulp van bekenden op een ‘aardkar’ gelegd en naar Lodewijks
gereden. Die zal ‘de Grijze’ netjes verdelen en voor
consumptie voorbereiden. Iedereen, die geholpen heeft bij
dit laatste transport, deelt mee en kan een maaltijdportie
mee naar huis nemen.
Slager Jan Lodewijks heeft in 1944 een café
annex kruidenierszaak en slagerij op de hoek van de
Groenstraat en de Bergstraat in Dommelen, daar waar nu café
De Nachtegaal is gesitueerd. De huidige cafetaria is
eigenlijk de verbouwde slagerij van toen. Tussen het café en
de cafetaria is de kruidenierszaak nu nog te herkennen omdat
dat gedeelte in een andere stijl is aangebouwd.
Thuis gekomen vindt de familie Willems de
grote schuur, die achter de boerderij staat, totaal
stukgeschoten terug. Het lijkt wel een zeef en de
henne-veren hangen aan de balken. Die waren in paniek
alle kanten op gevlogen. Daarna probeert men de draad van
het gewone leven weer op te nemen. Als in de weken na de
bevrijding het normale leven weer zijn gewone gangetje gaat,
worden overal op het land van Willems nog 18 niet ontplofte
granaten gevonden. Dat geeft de nodige consternatie.
Alhoewel … het had heel anders kunnen aflopen met gewonden
in de familie of misschien nog wel erger. Tegenwoordig woont
Nol op de Venbergseweg maar hij komt nog vaak op de
boerderij, zijn ouderlijk huis, waar nu zijn zoon met zijn
gezin, hoewel op eigentijdse manier, toch de familietraditie
voortzet.
We lijken uitgepraat, maar Nol heeft
kennelijk nog een herinnering die hij kwijt wil. Wat hij
vertelt is een complete verrassing want wie heeft ooit
geweten dat … in het begin van oktober 1944 op het land
achter de boerderij van Willems, gelegen langs de
Groenstraat, onverwacht en heel geheimzinnig een
tweepersoons vliegtuigje is geland. Vrijwel onmiddellijk
komt vanaf de Luikerweg met grote snelheid een deftige auto
aangereden. Die neemt de beide passagiers mee om dan in
volle vaart weer weg te rijden. Wat gebeurt daar? Wie kunnen
die twee mannen zijn? Waar komt die auto vandaan of beter
nog, waar gaan ze zo snel naartoe? Natuurlijk zijn ze
bij Willems nieuwsgierig.
|
 |
Later
wordt bij navraag medegedeeld dat de piloot van het
vliegtuigje de Engelse koning George VI is. Toe
maar! Wat komt die hier zoeken? De reden van dit
hoge bezoek is een belangrijke geheime afspraak van
koning George VI met de Engelse legertop. Die
afspraak met de generaals Miles Dempsey en Bernard
Montgomery is op 13 oktober 1944 in het Engelse
hoofdkwartier ‘near Nijmegen’ gepland. |
|
Koning
George VI |
Dit geheim
overleg vindt plaats in de beste kamer van een boerderij in het kerkdorp Langenboom, behorend tot de gemeente Mill en St. Hubert.
Eigenlijk best opmerkelijk want in Overloon, zo´n 25
kilometer van Langenboom verwijderd, wordt op dat moment nog
hard gevochten, van man tegen man.
|
 |
 |
|
Generaal Miles Dempsey |
Generaal Bernard Montgomery |
De keuze voor vliegveld Welschap is
begrijpelijk omdat de oorlogssituatie ‘near Nijmegen’ nog
veel te onrustig is. Helaas, gedwongen door de slechte
weersomstandigheden bij Welschap is daar landen geen optie.
Daarom wordt snel naar een adequate plek in de buurt
gezocht, waar landen wel mogelijk is. En dat is
klaarblijkelijk de akker van de familie Willems. Het
koninklijk gezelschap zet de reis naar de bestemming ‘near
Nijmegen’ per auto voort. Een paar uur later komen andere
militairen, nadat de weersomstandigheden verbeterd zijn, het
kleine vliegtuigje ophalen. De familie Willems is zich
tijdens de hele operatie van geen koninklijk bezoek bewust.
Toch wel een beetje jammer, eigenlijk.
Bronnen:
Nol Willems
Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC)
naar
boven
Toonaangevend
Valkenswaard
Op 3 januari 2010 werd deze nieuwe publicatie van het
Historisch Genootschap Valkenswaard gepresenteerd. Dit boek
is de neerslag van het omvangrijke studieproject ‘Anderhalve
eeuw muziek in Valkenswaard’. Voor de realisatie van dit project, een initiatief van het Genootschap,
mocht de stichting, naast de inzet van vier eigen
bestuursleden rekenen op de medewerking van vier actieve
muziekmakers uit Valkenswaard.
De eindredacteur/samensteller
– tijdens de looptijd van het project directeur van
achtereenvolgens het Centrum voor Muziek en Dans te
Valkenswaard en Kunstkwartier Helmond – neemt de
verantwoording voor de inhoudelijke kwaliteit en
samenstelling van deze publicatie geheel voor zijn rekening.
De moderne lay-out en prachtige grafische afwerking van het
boek is door drukkerij Spapens uit Waalre verzorgd. De
hierna volgende speciale websitekatern, die eveneens door
deze samenwerking tot stand is gekomen, laat u alvast kennis
maken met het uiterst verzorgde resultaat van onze
inspanningen. Een eenvoudige muisklik op het ‘ezelsoor’
rechtsonder elke websitepagina maakt het mogelijk door deze
extra katern te bladeren. Als factor van
het Historisch Genootschap wens ik u, geachte lezer, veel
leesplezier toe!
Mieke van Moolenbroek
naar boven
last update:
05-07-2010